Het Laweiplein
Het Laweiplein is een groot verkeersplein in Drachten. Tot 2003 was dit nog een druk kruispunt waar met de inzet van een zeer groot assortiment aan verkeersregulerende maatregelen de veiligheid van de verkeersdeelnemers werd geborgd. Bij deze verkeersregulerende maatregelen moet u denken aan stopstrepen, haaientanden, voorsorteervakken, vluchtheuvels, verdrijvingsvakken, rijbaansignaleringen en dergelijke. Er bleven echter ongelukken gebeuren en dus moest er worden ingegrepen. Zero tolerance was toen ook al in de mode!
Vanaf 2003 wordt het verkeer daarom gereguleerd met een speciaal daarvoor geconstrueerde rotonde. Een best practice in verkeersveiligheidland maar nu net even anders. Een rotonde waar tegen de maatschappelijke opvattingen in juist zo min mogelijk verkeersregels zijn toegepast. En deze is ook nog eens bewust onoverzichtelijk gehouden door middel van begroeiingen en verhogingen. Zelfs de toeritten zijn zodanig geconstrueerd dat het een gevoel van onveiligheid opwekt bij weggebruikers. Het fietspad, voetpad en de weg zelf zijn op de rotonde ook al niet goed van elkaar te onderscheiden, terwijl de rijbanen extra krap zijn gemaakt om het ongemak voor automobilisten nog verder te vergroten. En zelfs fonteinen gaan hoger spuiten als het drukker wordt. Kortom: geconstrueerd om juist verwarring bij de verkeersdeelnemers te veroorzaken. En het resultaat is er ook naar: in vergelijking tot reguliere rotondes veel minder ongelukken. Ongemak dient de mens en dus de verkeersveiligheid. En dat was nou precies de bedoeling van de bedenker van dit concept want: "We’re losing our capacity for socially responsible behaviour, (…) the greater the number of prescriptions, the more people’s sense of personal responsibility dwindles." Het concept is internationaal bekend onder de naam Shared Space en is overigens ontwikkeld door een Nederlander, de verkeerskundige Hans Monderman.
In de financiële dienstverlening zijn we ook op zoek naar een toegepaste vorm van dit Shared Space-concept. De open normen van de AFM (waardoor op voorhand onduidelijk is welk gedrag 'goed' is in hun ogen) in combinatie met het sanctiebeleid bij misstanden vind ik daar een goede aanzet voor. De publieke 'naming and shaming' via bekende televisieprogramma’s is ook ondersteunend aan dit concept. Maar daarmee is het Shared Space-concept nog niet compleet. Weggebruikers nemen namelijk als individu deel aan het verkeer en lopen dan ook als individu risico. En niet alleen een financieel risico. Het is soms een zaak van leven of dood en alle vormen van letsel daartussenin. En zo’n risico disciplineert. Zeker in een situatie waarin de kans op deze risico’s zelfs is vergroot en de risicoperceptie ook nog eens wordt versterkt via het ontwerp van de rotonde.
Financiële instellingen zijn echter rechtspersonen en geen individuen. Rechtspersonen zijn organisaties en die worden gevormd door groepen samenwerkende individuen. Het risicovolle gedrag van een individu leidt daardoor niet direct tot een risico voor dit individu zelf. Soms krijgt hij er zelfs een beloning voor. Maar de organisatie loopt dit risico nadrukkelijk wel, met allerlei interne verkeersregels tot gevolg. Maatregelen en procedures die in analogie met het Laweiplein van voor 2003 uiteindelijk juist tot een vermindering van verantwoordelijk gedrag leiden van deze individuen. En dat is wat mij betreft de missing link. Ook organisaties als deel van de samenleving moeten namelijk zodanig ingericht worden dat hun medewerkers kunnen handelen als verantwoordelijke leden van deze samenleving. En dat staat nog wel eens op gespannen voet met de huidige praktijk. Met dank aan de compliance officers en de risicomanagers natuurlijk. Maar vooral met dank aan de toezichthouders. Want het betekent ook dat je binnen een duidelijke organisatiecontext vooral ook moet vertrouwen op je medewerkers en hun moraliteit. Hoewel vertrouwen al jaren het goedkoopste beheersinginstrument is, blijft het lastig om het bij een controlebezoek van de AFM aantoonbaar te maken. En dat is wel een toezichtvereiste. En dat maakt de toepassing van dit controlemiddel voor financiële instellingen lastig en risicovol. Maar aan de vrucht herkent men de boom en dat is weer wel goed te controleren via outputgerichte controles. En deze controles zijn wel goed te documenteren. Daarmee is er perspectief op een toegepaste vorm van dit Shared Spaces-concept binnen financiële instellingen. Maar wie begint?