Schoon blazoen
Afgelopen weken vormde het op de voet volgen van de verhoren van de commissie-De Wit een belangrijke dagelijkse activiteit voor mij. Een soort Olympische Spelen maar dan zonder het sportieve element en altijd in de achteruitkijkspiegel. Een buitengewoon leerzaam inkijkje waarbij veel ongezegd is gebleven omdat er ook niet echt werd doorgevraagd. Na zo’n leerzame periode ga je overigens ook nieuwe verbanden zien in de berichtgeving rond banken, bankbestuurders en politici die wellicht niet terecht zijn maar bij mij wel vragen oproepen.
Zo was er een voormalig topbestuurder van de belangrijkste Nederlandse bank die vond dat zijn bedrijf gered had moeten worden. Deze bestuurder werd veelzeggend omschreven als "de dealmaker van Nederland". Bij de vraag hoe het zijn (voormalige) zakenbank was vergaan tijdens de crisis werd door de commissie al tijdens het stellen van de vraag de relatie gelegd met de afboekingen die de huidige eigenaar hierop heeft moeten plegen. Zij spraken daarbij over afboekingen tot wel €20 miljard. De betreffende topbestuurder gaf daarbij aan "dat hem dat buitengewoon merkwaardig zou overkomen. Hij dacht zelfs dat dit zwaar en zwaar overschat was." Gelet op de zeer gesloten antwoorden die door de betreffende bestuurder werden gegeven en de mate waarin hij daarbij inhoudelijk in detail trad over achtergronden, is dit een vergaande ontboezeming te noemen. Ik was dan ook zeer nieuwsgierig naar de reactie van de centrale bank hierop. En die reactie kwam kort daarna!
Want toen vervolgens in een later verhoor aan de centrale bankier werd gevraagd of hij de betreffende bank goed

kende werd er minzaam geglimlacht. En de centrale bankier sprak vervolgens de onsterfelijke woorden: "Misschien kende wij deze bank in sommige opzichten zelfs beter dan sommige bestuurders van deze instelling." Vervolgens kon hij dit ook toelichten: "U heeft (hem) een vraag gesteld over het handelsboek en dat deed geen bel rinkelen (…). Ik kan u verzekeren, er zijn substantiële verliezen geleden (…) op wat in het handelsboek zat (…) grote bedragen van producten die ze voor eigen rekening aanhielden." De centrale bankier kon er zelfs wel een beetje boos en teleurgesteld om worden. Teleurgesteld leek daarbij overigens nog het meest op een superlatief voor boos.
Maar wat de centrale bankier hiermee dus ook heeft gezegd is dat deze eerder gehoorde topbestuurder in zijn ogen dus geen notie had van wat er gebeurde in zijn eigen bank. Het aardige is nu dat deze centrale bankier zich bij het toezicht baseert op informatie die door de instellingen zelf wordt opgeleverd. Dus dat is wat mij betreft op z’n zachtst gezegd merkwaardig. fouten maken moet natuurlijk kunnen maar we moeten er wel met elkaar van leren om herhaling te voorkomen.
Dus wat schetst vervolgens mijn verbazing. In een kleine annonce in de landelijke bladen blijkt in dezelfde periode dat deze eerder genoemde topbestuurder in een kleine zakenbank stapt die zich gaat toeleggen op het zakenbankieren. Dus ik dacht: "Nou dat wordt nog wat bij het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar voor deze bestuurder." De centrale bank had immers net een stevige diskwalifi catie afgegeven bij deze topbestuurder op het aspect vakdeskundigheid. Natuurlijk kunnen de vakdeskundigheidseisen voor een gespecialiseerde zakenbank wezenlijk verschillen van die voor een grote internationale algemene bank. Maar er is nu duidelijk geen sprake van "onbesproken gedrag" in relatie tot deze vereiste vakdeskundigheid. Op dit onderwerp is juist nu dus transparantie geboden. De onderzoeken naar diverse DSB-bestuurders zijn immers ook nog in volle gang! En vervolgens wordt het oorverdovend stil. Het lijkt er op dat deze bestuurder dus gewoon weer een verklaring van geen bezwaar heeft gekregen of gaat krijgen. En dat is wel een beetje raar. Want om in het bancair jargon te blijven: "Het zou mij hogelijk verbazen als hierover niet indringend wordt gesproken." Niet in de laatste plaats om blazoenen te schonen van vlekken die er tussen de regels door tijdens de verhoren van de commissie-De Wit terecht of onterecht op zijn aangebracht.