Lucia de B.
Deze keer wil ik schrijven over de "controverse tussen verifiëren en falsificeren" of over wat Lucia de B. met financiële advisering te maken heeft. Mijn inspiratie in deze komt van Geert Jan Knoops, columnist en veelgevraagd commentator in mijn favoriete ochtendprogramma van BNR Nieuwsradio. Moment van inspiratie: de uitzending van 14 maart jl. Onderwerp: de gerechtelijke dwaling bij de veroordeling van Lucia de B. ruim zes jaar geleden.
Op de vraag aan de heer Knoops hoe zoiets nu toch kon gebeuren antwoordde hij tijdens deze uitzending dat dit te maken heeft met de wijze waarop het Openbaar Ministerie (OM) een strafzaak over het algemeen voorbereidt. Dit betreft zelfs een algemeen bekend probleem in de strafrechtpsychologie, aldus de heer Knoops. Het wordt de "controverse tussen verifiëren en falsificeren" genoemd.
Deze controverse laat zich als volgt duiden: de beschreven toedracht van de misdaad in de aanklacht wordt altijd door het OM geverifieerd aan de hand van de aangetroffen feiten en bewijzen in het dossier. Men onderzoekt dan echter geen alternatieve scenario’s meer. En op dit punt gaat het dan vervolgens fout. Er kan dan namelijk sprake zijn van tunnelvisie. Zij zouden de toedracht daarom ook moeten "falsificeren". Deze falsificatie heeft dan betrekking op het beantwoorden van de vraag of er ook nog andere "toedrachten" plausibel zouden zijn naast de beschreven toedracht in de aanklacht. Hierbij moet dan vooral worden onderzocht in hoeverre die alternatieve "toedrachten" worden ondersteund door deze (en eventueel andere) feiten en omstandigheden. Uitsluitend daardoor is tunnelvisie te vermijden, aldus de heer Knoops.

En toen viel bij mij het kwartje in relatie tot de financiële advisering. De meeste adviseurs gaan namelijk niet dagelijks naar hun werk om de klant bewust een rad voor ogen draaien. En dit is toch de handeling die hun door het grote publiek, met TROS Radar voorop, nagenoeg integraal wordt aangewreven. Gegeven zijn beschikbare arsenaal aan kennis en ervaring en mede gelet op zijn portefeuille met beschikbare financiële producten heeft ook de financieel adviseur dus last van tunnelvisie, met alle gevolgen van dien. Een passend advies is immers een advies waarvan de passendheid is geverifieerd aan de hand van de feiten en omstandigheden die hem of haar van de klant bekend zijn. De vraag blijft dan natuurlijk over of daarmee een "dwaling" in het advies kan worden vermeden. Een falsificatie van het advies zal daarom ook onderdeel moeten uitmaken van het adviesproces. Met andere woorden: is er vastgesteld of er ook passender alternatieven te bedenken zijn en zijn deze alternatieven vervolgens actief voorgelegd aan de klant? Als een adviseur dit niet doet dan zit hij dus met enige regelmaat aan tafel met een financiële variant van een "Lucia de B.", namelijk een gedupeerde klant. En zie het dan nog maar eens minnelijk op te lossen in deze sterk ver-wilder(s)-de maatschappij zonder schade aan het eigen imago of dat van zijn werkgever.
Anderzijds betekent een minnelijke oplossing in de ogen van een gedupeerde klant vooral het betalen van een schadeloosstelling. Hierbij wordt dan nog wel eens ten onrechte voorbijgegaan aan een ander soort tunnelvisie. Namelijk de tunnelvisie van de klant zelf in relatie tot de door hem of haar gewenste uitkomst van het adviesgesprek. Ook de klant dient het door hem of haar gewenste advies immers niet alleen te verifiëren maar vooral ook te falsificeren. En dat betekent dan vooral het met een kritische grondhouding afwegen van ook de kwade kansen. Want aan rendement en dekking zit ook een schaduwkant. Namelijk die van risico en kosten. En hoe hoger het voorgespiegelde rendement of dekking hoe hoger het risico of de kosten.