Europees? Nee, liever nog mondiaal toezicht!
Ooit waren financiële markten er alleen voor insiders en hadden ze vooral lokale betekenis. Vandaag is er sprake van één integraal mondiaal financieel systeem, waarin alles en iedereen met elkaar verbonden is. Alleen al daarom moeten alle spelers in dat spel minimaal aan dezelfde basisnormen van kwaliteit en betrouwbaarheid voldoen.
De ene bank of belegger is de andere nog niet. De variëteit aan spelers is enorm. Er zijn universele banken, zakenbanken, pure beleggersbanken, private banks, institutionele beleggers, beleggingsfondsen in alle soorten en maten. Elke professionele speler heeft zijn eigen klanten, zijn eigen deskundigheid, zijn eigen cultuur en zijn eigen plek onder de zon.
Als iets duidelijk is geworden door de recente bankencrisis, is het wel, dat er - ondanks de grote verscheidenheid aan banken - vandaag sprake is van één mondiaal financieel en economisch stelsel. Daarin maakt de geldstroom economische en sociale dynamiek mogelijk. Een ernstig verstoorde geldstroom leidt meteen tot economische en sociale problemen.
De betekenis van de geldstroom voor de economie is vergelijkbaar met die van de bloedsomloop in het menselijk lichaam. Stagneert de bloedsomloop of wordt ze geïnfecteerd dan wordt het hele lichaam ziek. Het maakt dan niet uit of de ziekte is ontstaan via een oor of een teen, een vinger of de luchtwegen.
Een stagnatie of infectie van de geldstroom kan het hele mondiale financiële systeem en daarmee de wereldeconomie ziek maken. Het maakt dan niet uit waar het probleem begint, aan de debetzijde of aan de creditzijde, bij slechte risico’s of bij de immoraliteit van enkelingen, bij bedrijven of bij particulieren, bij slechte producten of bij systeemfouten, bij de top of aan de basis, bij algemene banken of bij zakenbanken.
In de bloedsomloop hebben alle bloedcellen en bloedplaatjes een eigen taak, maar ze volgen allemaal dezelfde basisregels. Alleen zo kan het hele lichaam goed functioneren. Dat geldt ook voor de financiële wereld. Binnen het mondiale financiële stelsel kan niemand vandaag voor zichzelf nog een uitzonderingspositie opeisen.
Iedere bank en belegger dient wereldwijd te werken vanuit dezelfde basisregels ten aanzien van kwaliteit en betrouwbaarheid ten behoeve van het totale financiële en economische stelsel. Dat pleit voor internationaal gecoördineerd toezicht op zowel financiële gezondheid als op gedrag. Is dit een pleidooi voor Europees toezicht? Nee, voor mondiaal toezicht.