Wat was er eerder: pik-in kip of gouden ei?
Ex-directeur Dirk Scheringa van de failliete DSB Bank sluit niet uit dat hij betrokken zal zijn bij de oprichting van een nieuwe bank. Waarom zou hij dat willen? Wil hij zijn verloren kapitaal terugverdienen of wil hij klanten bedienen met uitstekende financiële diensten? Kan winststreven samengaan met het leveren van klantwaarde in de financiële sector?
Het belang van de klant staat centraal bij Nederlandse bankiers. Dat is de boodschap van de Code Banken en van de bankiersverklaring, die daar onderdeel van is. De bankiersverklaring belooft "een zorgvuldige afweging van alle belangen". De ingeslopen overwaardering van de belangen van de aandeelhouder wordt daarmee weer teruggedrongen.
In de bijeenkomst waarin Scheringa zijn balletje opgooide, zei hij ook het "jammer" te vinden dat de Nederlandse toezichthouder "open normen" hanteert. Hij pleit voor "rule based" toezicht zoals in de Verenigde Staten in plaats van de "principle based" benadering zoals gebruikelijk op het vasteland van Europa. Zit daar een addertje onder het gras?
Strakke spelregels zijn handig voor mensen die graag snel ter zake komen. Wat niet mag kan niet en al het andere is dan toegestaan. Bankiers die primair de klant zien, komen wellicht beter uit de voeten met richtingengevende voorschriften, zodat ze zich naar de klant kunnen plooien. Wat is er eerst: geld verdienen als bank of klanten goed bedienen? Het lijkt een beetje een kip-of-ei-kwestie.
Een belangrijke garantie voor goed bankieren zit in de persoonlijke beweegredenen van bankiers. Coöperatieve bankiers lijken per definitie primair voor hun klant te kiezen, want ze hebben geen aandeelhouders. Maar als hun klant wil beleggen? Kiest een coöperatieve bank dan niet primair voor het hoogste rendement voor haar klant, dus voor het belang van de aandeelhouder? Het lijkt nu opeens meer een pik-kip of gouden ei-kwestie.
Praat mee en maak kans op een gratis exemplaar van mijn boek "Gepast en ongepast geld; zoektocht naar het geweten van bankiers", Scriptum, 2008.