Beroepseed bankiers belangrijke innovatie
Per 1 januari 2010 werd de Code Banken van kracht. Nederlandse bankiers worden nu geacht een moreel-ethische verklaring af te leggen. Met deze "beroepseed voor bankiers" lopen de Nederlandse banken internationaal voorop. Dat getuigt van moed. De beroepseed is misschien wel de belangrijkste financiële innovatie van de afgelopen decennia.
Eind 2008 vroeg de Nederlandse Vereniging van Banken een adviescommissie de leereffecten van de financiële crisis in beeld te brengen. Sindsdien zijn er concrete stappen gezet. De commissie Toekomst Banken publiceerde in april 2009 haar rapport "Naar herstel van het vertrouwen". Het werd de basis voor de Code Banken, die een staaltje zelfregulering is volgens het principe "pas toe of leg uit". De code zal verankerd worden in het Burgerlijk Wetboek en gaat gelden voor alle Nederlandse banken en hun kantoren in de EU.
De Code Banken geeft principes voor de samenstelling en de deskundigheid van de raad van commissarissen en het bestuur van de bank, voor risicomanagement, interne controle en voor het te matigen beloningsbeleid. Er is één element dat er nogal uitspringt: de moreel-ethische verklaring, waarvoor de tekst in de code is opgenomen. Die tekst is eenvoudig, maar de betekenis ervan kan groot worden.
Zo luidt de verklaring: "Ik verklaar dat ik mijn functie als bankier integer en zorgvuldig zal uitoefenen. Ik zal een zorgvuldige afweging maken tussen alle belangen die bij de bank betrokken zijn, te weten die van de klanten, de aandeelhouders, de werknemers en de samenleving waarin de bank opereert. Ik stel in die afweging het belang van de klant centraal en zal de klant zo goed mogelijk inlichten. Ik zal mij gedragen naar de wetten, de reglementen en de gedragscodes die op mij als bankier van toepassing zijn. Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd. Ik maak geen misbruik van mijn bancaire kennis. Ik zal mij open en toetsbaar opstellen en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving. Ik zal mij inspannen om het vertrouwen in het bankwezen te behouden en te bevorderen. Ik zal zo het beroep van bankier in ere houden."
Deze verklaring zal grote betekenis krijgen als bankbestuurders hier net als hun medewerkers bij indiensttreding voor moeten tekenen en als ze betrokken wordt bij beoordeling en beloning. Onderwijsgevenden, toezichthouders, klanten, rechters en ombudsmannen zullen er in contacten met bankiers in ieder geval deels hun taal aan gaan ontlenen.
Praat mee en maak kans op een gratis exemplaar van mijn boek "Gepast en ongepast geld; zoektocht naar het geweten van bankiers", Scriptum, 2008.