Kan een bank twee heren dienen?
Een bank is een intermediair tussen mensen, die tijdelijk geld over hebben en mensen die tijdelijk geld nodig hebben. Ze dient dus zowel de belangen van mensen, die hun spaargeld aan de bank toevertrouwen als van mensen die geld komen lenen. Maar kun je als bank twee heren tegelijk dienen? Of gaat het hier om twee strijdige taken?
Algemene banken nemen spaargeld in van spaarders. Dat spaargeld lenen ze voor kortere of langere tijd weer uit aan particulieren, bedrijven of overheden. Dat uitlenen is niet zonder risico. Risicobeheer is daarom een belangrijke taak van banken. Net als kennis van de economie, van markten en van de klanten aan wie ze geld uitlenen.
Klanten die hun spaargeld naar de bank brengen lopen net zo goed een risico. Namelijk het risico, dat de bank te royaal is en hun geld verspeelt. Dat zoiets echt geen denkbeeldig risico, weten we inmiddels maar al te goed. Dat banken failliet kunnen gaan, heeft de recente geschiedenis wel bewezen. Spaarders moeten dus ook aan risicobeheer doen. Maar hoe?
Mogen spaarders er van uitgaan dat iedere bank met een vergunning gezond is? Of moeten ze dieper gaan graven? Kunnen spaarders voor de hoogste rente gaan? Of is een hoge rente juist een teken van armoe van de bank? Moeten spaarders als leek gewoon vertrouwen dat de bank een goede tussenpersoon is? Of leidt een te groot vertrouwen van spaarders er toe, dat banken de spaarrente laag houden en zelfs verlagen zonder dat tegen hun klanten te vertellen? Dit laatste is niet alleen een denkbeeldig probleem gebleken.
Spaarders en leners zijn elkaars tegenhangers. Ze staan aan twee verschillende kanten van de geldstroom binnen de bank. Kunnen zij in goed vertrouwen hun belangen in een en dezelfde hand leggen? Of zijn er aparte banken nodig voor spaarders en voor kredietverlening? Kan een algemene bank de rol van onafhankelijk intermediair nog wel waarmaken?