dinsdag 21 mei 2013
Compleet
11:38
23-3-2011
  0
  66%

Interview Bert Heemskerk Juni 2009


Ter nagedachtenis van de gisteren in zijn woonplaats overleden oud-bankier Bert Heemskerk is het met hem afgenomen interview, verschenen in de B&E van juni 2009, voor elke bezoeker van onze website beschikbaar.

Zes jaar leidde Bert Heemskerk de coöperatieve Rabobank. De bank doorstond in die periode de storm op de financiële markten. Maar Heemskerk ziet het uitbouwen van de bank als ’s werelds grootste financier van de food- en agrisector en de uitbouw van een concept voor duurzaam bankieren als zijn belangrijkste bijdrage. Dat andere banken de food- en agrimarkten maar ook het klassieke rentebedrijf verlieten om hun heil in investment banking te zoeken, was mooi meegenomen.

Door: Bert Bakker.

"Gezonde krimp." Hij heeft nog niet definitief besloten wat de titel wordt van het boek dat verschijnt rond het moment dat hij de voorzittershamer van de Rabobank doorgeeft aan Piet Moerland. Maar het boek waaraan vertrekkend bestuursvoorzitter Bert Heemskerk werkte, gaat, hoe kan het anders, over de gebeurtenissen van de laatste twee jaar in de bankwereld. En gevraagd naar een kernachtige kwalificatie daarvan, is dat zijn kernachtige antwoord: gezonde krimp. Van de buitenkant lijkt het of zes jaar aan de top van een grote coöperatieve bank Heemskerk veranderd moet hebben, misschien zelfs wel een beetje 'bekeerd' - tot de coöperatieve gedachte. Want de bankier die hij was, een man die in de jaren tachtig voor de Amrobank een buitenlands kantorennet uit de grond stampte, en later als hoogste baas van Van Lanschot die middelgrote private bank naar de beurs hielp brengen, zou vast niet zo gauw van "gezonde krimp" spreken. Zeker niet publiekelijk. Maar afgaand op wat Heemskerk vertelt over de hoofdthema’s van het boek, namelijk de praktische en ethische noodzaak van een duurzaam bankensysteem – en over het conflict dat ingebakken is in de het zijn van een beursgenoteerde bank - spreekt hij van een "onvermijdelijk botsing van de belangen van de aandeelhouders en de klant van de bank" - moet je concluderen dat de nu 66-jarige bankier ten diepste overtuigd geraakt is van de merites van het model van een coöperatieve bank als de Rabo. Want hoewel net zo goed geworteld in de private sector (en hoewel ook coöperatieve banken door de crisis in grote problemen kwamen) kennen zulke banken dit belangenconflict niet.

Nu is van Heemskerk wel bekend dat ethische vragen hem altijd al wel bezig hebben gehouden. Als student verdiepte hij zich in economie, theologie en filosofie. En het ligt voor de hand dat de schokkende gebeurtenissen van 2007 en 2008 zijn opvattingen over bankieren in de toekomst in een stroomversnelling brachten en hem zo terugvoerden naar zijn vroegste fascinaties.

Opiniërend
Heemskerk heeft al besloten dat de tijd na zijn pensionering niet gevuld zal zijn met golfen of het verzamelen van commissariaten: "Ik wil opiniërend bezig zijn op het vlak waar ethiek, theologie en filosofie overlappen met zakendoen. In praktische zin, want ik ben iemand die graag met beide benen op de grond blijft."

Heemskerk leverde een prestatie van formaat door de Rabobank vrijwel zonder kleerscheuren door de financiële crisis te sturen. De bank staat nu relatief zelfs sterker dan vóór de crisis. Maar voor de buitenwereld is Heemskerks profiel desondanks waarschijnlijk minder scherp dan dat van zijn voorganger, de intussen haast legendarische Herman Wijffels. Dus wat is precies Heemskerks bijdrage geweest? Wat is, of beter: wat beschouwt hij als zijn 'erfenis'? Daarover ondervragen we Heemskerk in dit interview met B&E.

De Rabobank doorstond de bankencrisis door 'dicht bij zichzelf' te blijven, 'saai' te blijven bankieren toen andere banken op avontuur gingen, Daardoor lijkt het of er in deze bank de laatste jaren niet veel wezenlijks veranderd is. Wat laat u deze bank nat?
"Nou kenmerk van deze coöperatieve bank is natuurlijk dat dingen gezamenlijk worden gedaan. Hier kan niemand dus zeggen: "Ik heb dit gedaan." Ik ook niet. Maar als bestuursvoorzitter kun je dingen wel meer of minder nadrukkelijk op de agenda zetten. Volgens mij vertoont de Rabobank van zes jaar geleden wel degelijk grote verschillen met die van vandaag. Behalve aan de verdere uitbouw van het kernbedrijf in Nederland valt te denken aan de buitenlandse activiteiten. Rabo als internationale food- en agribank is sterk gegroeid. En in zowel de thuismarkt als daarbuiten heeft het duurzaam bankieren echt vorm gekregen."

Waren die lijnen al niet eerder uitgezet?
"Ja, maar de strategie is op die punten veel meer aangescherpt en er is fors geïnvesteerd in de groei daarvan. Wat Rabobank in het buitenland deed leek zes jaar geleden eigenlijk nog sterk op wat ik voor de Amro in het buitenland deed. Je bood ondernemingen – vaak je Nederlandse zakelijke relaties met internationale activiteiten - een breed pakket van bancaire zakelijke diensten. Bij de Rabobank waren dat natuurlijk vooral fooden agribedrijven. Maar dat maakte ons nog niet tot de specialisten die we nu zijn. Het leek mij belangrijk dat we ons veel sterker zouden profileren. Met heel specifieke know-how over heel dat food- en agrisegment. Ik heb er van begin af aan voor gepleit dat we ons zouden onderscheiden van andere wereldwijd opererende banken. We moesten iets kunnen bieden dan andere banken niet in huis hadden. Daarom hebben we de laatste jaren zwaar ingezet op het ontwikkelen van sectorspecifieke knowhow. Het resultaat is dat we nu meer dan 150 analisten in dienst hebben met kennis van de subspecialiteiten die horen bij alle schakels in de voedselverwerkende industrie. Behalve boeren kunnen dat brouwerijen zijn, slachterijen, koffiehandelaren, producenten van bio-ethanol. We hebben ermee bereikt dat bijvoorbeeld in een enorm landbouwland als Australië nu 25 procent van de boeren een relatie met ons heeft. En we hebben zelfs een joint venture met het de Londense bank N.M. Rothschild & Sons om samen fusie en overnames in de food- en agrisector te kunnen begeleiden."

"De concurrentie in de food- en agrimarkt is gek genoeg niet groter maar kleiner geworden; in het verleden waren Franse banken met hun koloniale traditie, zoals Suez en Paribas, ook wel actief in deze markt, maar toen de hele bankenwereld investment banking ineens zoveel lucratiever vond, hebben ze food en agri een beetje laten liggen. Nou prima. Nu zijn wij de onbetwiste wereldleider in die enorme markt, die desondanks overigens gelukkig nog steeds een nichemarkt is."

Protectionisme
Is het een voordeel om een wereldwijde niche-speler te zijn?
"Op dit moment is een groot voordeel dat je minder last hebt van de tendens in de bankwereld om als het ware 'nationalistischer' te worden. In de hele wereld hebben overheden banken moeten redden, en die banken proberen nu ten behoeve van het gezondmaken van hun balans buitenlandse activiteiten te verkopen. Alle aandacht is nu gefocust op het gewone bankieren in de thuismarkt. Je ziet ook een trend naar protectionisme. Maar heb je minder snel last van als je een in dat buitenland een specialisme beoefent dat de binnenlandse banken niet beheersen. Je bent daardoor ook geen bedreiging voor de inheemse banken."

Begrijpelijkerwijs bent u blij dat u de verleidingen van investment banking weerstond. Maar veel andere banken doken daarin omdat de marges in hun traditionele rentebedrijf veel te krap waren geworden. Dat probleem moet bij de Rabobank ook hebben gespeeld.
"Natuurlijk: de spaar- en de hypotheekmarkten werden de laatste tien jaar steeds concurrerender. Waar er voorheen een heel procent marge zat tussen de prijs van geld dat je binnenhaalde en de prijs waartegen je het weer uitzette, daalde die marge naar 30 basispunten. Met dat probleem zaten wij ook. Maar misschien heeft een klein trauma uit het verleden ons wel gered. In de jaren negentig deed de Rabobank een poging om in de City in Londen een partij te gaan meeblazen in de investment banking markt om te verdienen aan fusies, overnames en het optuigen van innovatieve financieringsconstructies in de openbare kapitaalmarkt. Dat mislukte jammerlijk. Toen is hier in huis besloten: dat doen we nooit weer. Komt nog bij dat toen ik voor de Amrobank in Londen te maken had met de derivatenhandel, zag hoe riskant die instrumenten waren. Dus was voorzichtig toen al die conduits en SIV’s, en andere herverpakte, op derivaten gebaseerde producten op de markt kwamen. We hebben er wel wat in belegd – daarom hebben we over het afgelopen jaar een verlies op dat stuk van de portefeuille moeten melden - maar erg veel was het nooit. Dat wíj ons konden permitteren gewoon in dat rentebedrijf actief te blijven waar anderen het opgaven, had er mee te maken dat we geen aandeelhouders hadden die ons opjutten om onmogelijk hoge rendementen te maken. Maar bovendien – en volgens mij is dát het geheim van de Rabobank geweest – hadden wij als enige ook een goede manier gevonden om zelfs bij die lage marges toch winstgevend te kunnen blijven werken. We waren namelijk van meet af aan voorlopers met internetbankieren voor consumenten. We zagen de voordelen uit oogpunt van kostenbeheersing. Onze processen om spaargeld binnen te halen, maar ook om dat geld weer in de hypothekenmarkt uit te zetten, waren dus zéér efficiënt. Kwam bij dat we – óók hier weer omdat onze concurrenten zich liever op andere markten richtten – ons marktaandeel in diezelfde tijd drastisch konden uitbreiden. In de spaarmarkt groeide dat van 20 naar 30 procent. En in de hypothekenmarkt gingen we van ongeveer 25 naar 30 procent. Met andere woorden: door veel meer volume te draaien en te werken met een heel lean and mean retailapparaat konden wij wél met die lage rentemarges leven terwijl de concurrentie moest afhaken."

Toegewijd aan Allfinanz
Bent u net zo tevreden over de lijn om door te gaan met het zogeheten Allfinanz-concept in de retailmarkt? Andere financiële conglomeraten die bankieren en verzekeren hebben willen combineren – denk aan de Citigroup, maar ook ING – hebben gezegd dat de synergie waarop ze hoopten, er niet uit kwam.
"Ja hoor, wij zijn nog helemaal toegewijd aan dat model en we gaan er zonder meer mee door. In de consumentenmarkt zijn bank- en verzekeringsproducten volledig complementair en vaak worden ze in een gecombineerd pakket verkocht. Je hebt voordelen in je productontwikkeling en je distributie. En je bespaart op je reclamebudget. Het argument dat samenwerking van een bank met een verzekeraar tot gedwongen winkelnering leidt snap ik wel, maar ik denk dat er ook kosten zitten aan steeds weer opnieuw de markt op moeten voor de beste deal.

We hebben in de afgelopen periode ons meerderheidsbelang in Interpolis samengevoegd met Achmea, en daarvoor in ruil nu een groot minderheidsbelang Eureko gekregen, Achmea’s moederbedrijf. Door een korte-termijn bril gezien was dat tot nu toe geen goede investering want alle verzekeraars hebben, vooral door verliezen op hun beleggingsportefeuille, een moeilijk jaar achter zich. Maar strategisch zien we grote voordelen. Voor onszelf én voor de klant. We zijn namelijk veel meer dan alleen maar een grote aandeelhouder. We werken op allerlei gebied echt nauw samen. Dat we de voordelen aan de klant doorgegeven wordt naar mijn idee wel bewezen door klanttevredenheidsonderzoeken waaruit blijkt dat men onze producten goed vindt én goedkoop."

U zei eerder dat u de uitbouw van het duurzaam bankieren ook beschouwt als een deel van uw erfenis.
"Ja, in 2004 is Rabobank Development opgericht met als doel belangen te nemen in banken in een beperkt aantal ontwikkelingslanden in Oost-Afrika, China en Zuid- Amerika. Banken die daar relatief groot zijn en die we, door onze eigen mensen, laten omvormen tot professionele boerenleenbanken die overigens de hele food- en agrisector kunnen bedienen. Dat gaat gepaard met het gelijktijdig oprichten van boerencoöperaties. Die worden klant van die bank. Eigenlijk net zoals dat eind 19e eeuw hier in Europa gebeurde. Inmiddels hebben we daar zo’n 100 miljoen euro in geïnvesteerd. Inmiddels hebben we belangen in grote banken in Tanzania, Zambia, Rwanda en Mozambique, China en Paraguay. Toen we vier jaar geleden startten met de Nationale Microfinance Bank in Tanzania, de grootste bank, was er niet één krediet aan een boer. Nu zijn er zo’n 350.000 kleine cashewnotenboeren en koffieboeren die via coöperaties van ons kredieten krijgen.

"Daarnaast zijn we grootscheeps in de mondiale markt van financieringen van duurzame energie gestapt. We financieren windmolenparken, zonnepanelen en biobrandstoffen in Nederland, Spanje, India en Brazilië. Robeco profileert zich als duurzame belegger en we hebben de 'groene' Zwitserse private bank Sarasin overgenomen: de grootste Europese belegger in clean tech en water."

Niet overboeken
Zijn er aan die vorm van bankieren van Rabobank Development geen risico’s verbonden? Politieke risico’s? Het risico’s van daling van grondstofprijzen?
"Dat valt erg mee. Omdat een coöperatieve bank niet gericht is op winst maken, en wij de winsten ook niet naar hier overboeken maar telkens lokaal herinvesteren, hebben lokale overheden geen prikkel om zo’n bank te nationaliseren. En risico’s met grondstofprijzen zijn er wel, maar als je de prijs daarvoor wilt betalen kun je dat risico hedgen. Maar ook omdat de investering op het totaal van de Rabobankbalans relatief bescheiden is, zien we de risico’s niet als een probleem."

We moeten we het tot slot natuurlijk nog even hebben over uw boek waarin het gaat over die gezonde krimp.
"De echte oorzaak van de huidige kredietcrisis is mijns inziens dat we overal luchtbellen, 'bubbles' hadden gecreëerd. In de onroerendgoedsector en de huizenmarkt in de Verenigde Staten - waar de prijzen in enkele jaren met meer dan 100 procent stegen - maar ook in Spanje, Ierland, Verenigd Koninkrijk, in China en Dubai. Zeepbellen zagen we in grondstoffen zoals sojabonen, suiker, ja zelfs melk. En de olieprijs was in korte tijd verdrievoudigd. En dan spreek ik nog niet van de zeepbellen in de aandelenmarkten wereldwijd.

Wat sterk bijdroeg aan het ontstaan van die bubbels waren de indirecte kredietverleners: verzekeringsmaatschappijen, money market funds, beleggingsmaatschappijen, pensioenfondsen en hedge funds. Allemaal waren ze op zoek naar net een stukje hoger rendement dan op staatspapier. En dat kregen ze door de in doosjes verpakte, gebundelde leningen, de zogenaamde 'conduits', de 'SIV’s', de 'securitisaties' te kopen van de zakenbanken. Naast een bankleningenvolume in 2006 van in totaal 125.000 miljard euro ontstond er een indirect leningenvolume van nog eens bijna 15.000 miljard. Daarmee werden die immer stijgende prijzen gefinancierd. Als die zeepbellen worden doorgeprikt durf ik dat wel gezonde krimp te noemen."

Uw agenda zal na 18 juni ook wel een 'gezonde krimp' te zien geven.
"Ja dat is de bedoeling. Ik heb al aangekondigd dat ik op het terrein waarover we net spraken opiniërend bezig wil zijn. Maar voor de rest is het sleutelwoord nu het aan 'vakantie' verwante Latijnse woord 'vacare'. Dat betekent: openstaan voor alles!"
waardering:  66%
Ik vind dit artikel nuttig:ja nee | print | stuur door | reageer
Stuur Door
Laat hier uw naam en email adres achter.
 
 
 
 
 


U kunt de eerste zijn om een reactie te geven.
Reageer
Laat hier uw reactie achter.
 
 
 
print | stuur door
Stuur Door
Laat hier uw naam en email adres achter.